WAT GELOVEN WIJ?

1. DE BIJBEL

Wij geloven dat de Bijbel, bestaande uit de Tenach en het Briet haChadasja (Nieuwe Verbond) het enige, onfeilbare, gezaghebbende Woord van G’d is. Wij erkennen haar G’ddelijke inspiratie, en accepteren haar onderwijs als de definitieve autoriteit in alle zaken aangaande geloof en traditie (Deut. 6:4-9; Spr. 3:1-6; Ps. 119:89; Jes. 48:12- 16; Rom. 8:14-17; 2 Tim. 2:15, 3:16-17).

WHAT DO WE BELIEVE?


1.THE BIBLE


We believe that the Bible, consisting of the Tanakh and the Briet haChadasja (New Covenant) is the only, infallible,


authoritative Word of Gd. We recognize her Divine inspiration, and accept her teaching as the final authority in all matters


concerning faith and tradition

2. G'D, DE EEUWIGE

Wij geloven dat er maar één G’d is! Wij geloven dat de Sj’ma, “Hoor o’ Israël, de Eeuwige onze G’d, de Eeuwige is één (Deut.6:4), ons leert dat G’d echad (één) is. Met andere woorden: een eenheid, voor eeuwig bestaand in een meervoudigheid (Gen. 1:1, Elohiem – G’d); “laat Ons mensen maken naar ons beeld” (Gen. 1:26); Adam en Chava (Eva) waren geschapen om als één vlees (basar echad) te zijn (Gen. 2:24). Wij geloven dat de Eeuwige een persoonlijke G’d is, die ons heeft geschapen. Zijn Eén-zijn leggen wij als volgt uit: dat G’d ‘is’, en dat Hij Zijn wezen aan ons heeft geopenbaard, als een drievoudig persoonlijk ‘zijn’ (zie: Rom. 8:14-17; Matt. 28:18-20), namelijk:

2. G-D, THE ETERNAL ONE

We believe that there is only one Gd! We believe that the Sh'ma, "Hear o 'Israel, the L-rd our Gd, the L-rd is one (Deut. 6: 4), teaches us that G-d is echad (one). In other words: a unity, eternally existing in a plurality (Gen. 1: 1, Elohim – G-d); "Let Us make man in our image" (Gen. 1:26); Adam and Chava (Eve) were created to be one flesh (basar echad) (Gen. 2:24). We believe that the L-rd is a personal G-d who has created us. His Oneness we explained as follows: that G-d ‘is', and that He has revealed His being to us as a threefold personal 'being' (see Romans 8: 14-17, Matt. 18-20), namely:

A. Zijn wezen: G'd, de Vader

G’d, de hemelse Vader, de Schepper van hemel en aarde, de eeuwige Koning van het universum. Joh. 6:27b; 1 Kor. 1:3; Gal. 1:1; Openb. 3:5; Jer. 3:4; Jer. 19:31; Mal. 1:6; Matt. 6:9, 32; Lukas 10:21-22; Joh. 1:14, 4:23, 5:17-26, 6:28-46; Rom. 8:14-15.

IHis being: God, Father

God the heavenly Father, the Creator of heaven and earth, the eternal King of the universe. John. 6:27b; 1 Cor. 1:3; Gal. 1:1; Rev. 3:5; Jer. 3:4; 19:31; Mal. 1:6; Matt. 6:9, 32; Luke 10:21-22; John. 1:14, 4:23, 5:17-26, 6:28-46; Rom. 8:14-15. 

B. Zijn Memra (levende Woord)

Zijn levende Woord (Aramees: Memra), door wie G’d alles geschapen heeft. Zijn Woord was in het wezen van G’d / was G’d (Joh. 1:1-2), maar is voor ons een mens geworden (Joh. 1:14), met de naam: Jesjoea van Nazaret. Hij is de Messias, de knecht van Adonai (de Heer), door wie G’d Zich bekend maakt en Zijn heerschappij uitvoert. De Messias is de Zoon van G’d; deze titel toont, dat de Messias de heerschappij van G’d zelf vertegenwoordigt. Tevens is het een beschrijving van Zijn unieke relatie tot G’d, Zijn Vader. Door Hem wil G’d de Vader Zijn Naam verheerlijken.

(Ps. 11:1; Hebr. 1:13; Jes. 9:6-7; Matt. 28:18-20; Filip. 2:5-11; Kol. 1:15-19; Openb. 3:21, 4:8. Deze is de beloofde Messias (Jes. 9:6-7, 11:1, Jes. 53; Dan. 9;5:5-14;40-41, 45, 49; Marcus 8:29).

His Memra (His living Word)

His living Word (Aramaic: Memra), through whom God has created all things. His Word was in the being of God (was God) (John 1:1-2) but became a man for us (John 1:14), with the name: Yeshua of Nazareth, He is the Mashiach (Messiah, Anointed One), the servant of Adonai through whom God made Himself known and through whom God’s rule is carried out. The Messiah is the Son of God, this title shows that the Messiah Himself represents the rulership of God. At the same time this describes His unique relationship with God His Father. God will exalt His name through Him.

(Ps. 11:1; Heb. 1:13; Is. 9:6-7; Matt. 28:18-20; Philip. 2:5-11; Col. 1:15-19; Rev. 3:21; 4:8, 5:5-14).

C. G’d heeft een Zoon 

De Zoon wordt Jesjoea genoemd. Zijn naam betekent ‘verlossing’, ‘heil’. Hij kwam door geboorte uit een maagd, in deze wereld (  Ps. 2; Spr. 30:4-6; Hebr.1; Lukas 12:35- 37; Joh. 1:29-34,49, 3:14-18;   Jes. 7:14; Lukas 1:30-35).                               

God has a Son 

The Son is called Yeshua. His name means ‘deliverance’, ‘salvation’. He

came in this world through birth of a virgin ((Ps. 2; Prov. 30:4-6; Heb. 1; Luke 12:35-37; John 1:29-34, 49; John 3:14-18. 

Is. 7:14; Luke 1:30-35).

De beloofde Mesias. 9:6-7; 11:1; Dan. 9; Is. 53; John 1:17, 40-41, 45, 49; Mark 8:29).

The promised Masjiach (Messiah), (Is. 9:6-7; 11:1; Dan. 9; Is. 53; John 1:17, 40-41, 45, 49; Mark 8:29).

Hij is de wortel en de nazaat van David, de stralende Morgenster (Num. 24:17; Openb. 22:16).

He is the root and the seed of David, the bright Morning Star (Num. 24:17; Rev. 22:16).

Hij is ons pesachlam, Lam van G’d ( 1 Kor. 5:7; Openb. 5; Joh.1:29).

He is our passover lamb (Lamb of God). (1 Cor. 5:7; Rev. 5; John 1:29).

D. Zijn Roeach haKodesj (Heilige Geest)

Bekend gemaakt in Gen. 1:2b (de Roeach van G’d).

In d​e Tenach kwam de Roeach (de Geest) van G’d, in gelovigen, zoals Mosjé (Mozes), David (2 Sam. 23:1-3), de profeten en d​e oudsten, voor het uitvoeren van een specifieke taak.

His Ruach haKodesh (Holy Spirit)

Made known in Gen. 1:2b (the Ruach of God)

In the Tenach the Ruach (the Spirit) of God came in believers such as Moshe (Moses), David (2 Sam. 23:1-3), the prophets and elders for the working out of a specific task.

In het Nieuwe Verbond (N.T.) beloofde de Messias Jesjoea, aan zijn talmidiem (leerlingen/volgelingen), dat de trooster (helper) over hen zou worden uitgestort (zoals voorzegd in de Tenach; zie o.a. Joël 2: 28-29), nadat Hij naar de Vader was terug gegaan. Het is de Roeach haKodesj (Heilige Geest), die ons met Jesjoea de Messias en de Vader verbindt (Joh. 14:18, 23) en door wie de bediening van Jesjoea in ons leven wordt voortgezet (Joh. 16:12-15). Hij wordt beschreven als de Roeach (Geest) van de waarheid (Joh.14:17,26) die bij en in de talmidim (volgelingen/discipelen) van Yeshua was. Yeshua verklaarde verder dat de Ruach (Geest) van de waarheid ons in alle waarheid zal leiden en dat Hij Hem (dat is Yeshua) de Mashiach (Messias) en niet Zichzelf zal verhogen. (Johannes 16:13-15). Hij rust ons toe (Handelingen 1:8); Hij verzegelt ons (Ef. 1:13). Als we de Ruach niet hebben, dan hebben we Yeshua niet (Rom. 8:9). Hij leidt en onderwijst ons (Rom. 8:14017); Zijn inwoning helpt ons om een godvruchtig, vruchtbaar leven voor God te leiden. Handelingen 2:38 zegt: Keer terug naar God (t'shuvah), word ondergedompeld (t'vilah) en ontvang de Ruach haKodesh (de Heilige Geest).

In the New Covenant the Messiah Yeshua promises to His talmidim (disciples/followers), that the Comforter (helper) shall be poured out over them (as said in the Tenach. See one example Joel 2:28-29), after He (Yeshua) returns to the Father. It is the Ruach haKodesh (Holy Spirit), whom joins us with Yeshua the Messiah and the Father (John 14:18, 23) and through whom the ministry of Yeshua is continued in our lives (John 16:12-15). He is described as the Ruach (Spirit) of the truth (John 14:17, 26) who was by and in the talmidim (followers/disciples) of Yeshua. Yeshua declared further that the Ruach (Spirit) of the truth shall lead us in all truth and that He shall exalt Him (that is Yeshua) the Mashiach (Messiah) and not Himself. (John 16:13-15). He equips us (Acts 1:8); He seals us (Eph. 1:13). If we do not have the Ruach then we do not have Yeshua (Rom. 8:9). He leads and teaches us (Rom. 8:14017); His indwelling helps us to live godly, fruitful lives for God. Acts 2:38 says: Turn back to God (t’shuvah), be immersed (t’vilah) and receive the Ruach haKodesh (the Holy Spirit). 

3. DE MENS

Geschapen naar G’ds beeld (Gen. 1:26-27), was een zoon van G’d (vertegenwoordigt G’ds heerschappij), maar: door ongehoorzaamheid verloor de mens zijn zoonschap, zijn heerschappij, en werd gescheiden van G’d (Gen. 2:17, 3:22-24). Daarom worden, volgens de Schrift, alle mensen met een zondige neiging (jetser haRa) geboren (Ps. 14:1-3, 49:7, 53:13; Jes. 64:6; Rom. 3:9-12, 23, 5:12). De enige hoop op bevrijding en verlossing voor de mens, is de verzoening die door Jesjoea werd bewerkt (Lev. 17:11; Jes. 53; Dan. 9:24-26; 1 Kor. 15:22; Hebr. 9:11-14, 28; Joh. 1:12, 3:36), 

en dat resulteert in de vernieuwing van ons leven door de Roeach haKodesj / Heilige Geest (Titus 3:5), namelijk door de geboorte vanuit de hemel: opnieuw geboren worden (Joh. 3:3-8), op grond van de opstanding van Jesjoea. We zijn dan gered van de eeuwige dood, door geloof; uit het rijk van de duisternis overgebracht in G’ds Koninkrijk. Deze redding is een gave van G’d, en dus niet te verkrijgen door verdienste van de mens (Ef. 2:8-9).

3. MAN

Create in the image of God (Gen. 1:26-27) was a son of God (representing God’s authority), but: through disobedience man lost his sonship, his authority and was separated from God (Gen. 2:17; 3:22-24). Therefore, according to the scriptures, all men are born with a tendency to sin (yetzer haRa) (Ps. 14:1-3; 49:7; 53:13; Is. 64:6; Rom. 3:9-12, 23; 5:12). The only hope for deliverance and salvation of man is through the reconciling work of Yeshua (Lev. 17:11; Is. 53; Dan. 9:24-26; 1 Cor. 15:22; Hebr. 9:11-14, 28; John 1:12; 3:36) that results in the renewal of our lives through the Ruach haKodesh (Holy Spirit, Titus 3:5), that is through the birth from heaven (being born again John 3:3-8) founded on the resurrection of Yeshua. We are

then saved from eternal death through faith; transported from the kingdom of darkness into God’s Kingdom. This deliverance is a gift of God and thus it can not be earned by man. (Eph. 2:8-9).

4. DE OPSTANDING EN HET OORDEEL

Wij geloven in de opstanding van zowel de rechtvaardigen (gelovigen) als de onrechtvaardigen (ongelovigen); de eersten ten eeuwigen leven en de laatsten tot eeuwige scheiding van G’d, als de status van een altijddurende straf (Job 14:14, 19:25-27; Dan. 12:2-3; Joh. 3:36; 11:25-26; Openb. 20:5-6, 11-15, 21:7-8).

THE RESURRECTION AND THE JUDGEMENT

We believe in the resurrection of the righteous (believers) as well as the unrighteous (unbelievers); the first to eternal life and the last to eternal separation from God, with the status of an everlasting punishment (Job 14:14; 19:25, 27; Dan. 12:2-3; John 3:36, 11:25-26; Rev. 20:5-6,10-15, 21:7-8).

5. DE MESSIAS

De Schrift belooft twee komsten van de Messias:

De eerste komst, als de Messias ben Josef

a. Onder andere beloofd in Dan. 9:24-26.

b. Het doel was om door Zijn dood en opstanding verzoening te bewerkstelligen

(Dan. 9:24-26; Jes. 53; Rom. 3:21-31; Hebr. 9 -10; Joh. 3:16-17).

De tweede komst, als de Messias ben David

a. De beloofde komst in de lucht om de gelovigen tot zich te nemen

(1 Thess. 4:13; Joh. 14:1-6; 1 Kor. 15:51-57).

b. De terugkeer van de Messias naar de aarde.

c. De Verlosser zal tot Tsion (Sion) komen (Jes. 59:10-21;

Zach. 14:4).

d. Israëls geestelijke verlossing (Zach. 12:8-13; Rom. 11:25-27;

Hebr. 9.28; Jer. 31:31-40).

e. Israëls nationale herstel, waarbij het overblijfsel van G’ds volk Israël, uit de vier hoeken van de aarde wordt verzameld om in het land te wonen en waarbij het koninkrijk van David wordt hersteld (Jes.11); het weer instellen van de troon en het Koninkrijk van David, dat voor altijd zal bestaan (Jes.9:6-7; Luc. 1:30-33; Jer. 23:3-8).

5. THE MESSIAH

The scriptures promise two comings of the Messiah:

The first coming as the Messiah ben Joseph

a. Among others promised in Dan. 9:26-26.

b. The purpose was to bring atonement for sin through His death and resurrection ( Dan. 9:24-26; Is. 53; Rom. 3:21-31; Heb. 9-10; John 3:16-17).


The second coming as Messiah ben David

a. Promised coming in the sky to take the believers to be with Him (1 Thess. 4:13-18; John 14:1-6; 1 Cor. 15:51-57),

b. The return of the Messiah to the earth,

c. The Redeemer shall come to Tzion (Zion) (Is. 59:10-21; Zech. 14:4),

d. Israel’s spiritual redemption (Zech. 12:8-13; Rom. 11:25-27; Hebr. 9:28;

Jer. 31:31-40),

e. Israel’s national restoration where the remnant of God’s people Israel will be gathered from the four corners of the earth to live in the land and where by the kingdom of David will be restored (Is. 11, the throne and the kingdom of David will be reinstated and shall always exist (Is. 9:6-7; Luke 1:30-33); Jer. 23:3-8).

6. ISRAËL IN PROFETIE

Wij geloven in G’ds eindtijdplan voor de natie van Israël (het Joodse volk) en voor de volkeren. Een centraal thema van Messiasbelijdend Jodendom is het geloof in het fysieke en geestelijke herstel van Israël (het Joodse volk) zoals dat staat vermeld in de Schrift. Het grootste wonder van onze dagen was het herstel en de wederoprichting, zoals voorzegd door de profeten, van een Joodse staat in het land Israël (Eze. 34:11-31, 36 – 39; Hos. 3; Amos 9:11-15; Zach. 12-14; Jes. 11; Jes 43; Jes. 54:60-62; Hand. 15:13-18; Rom. 11:1-34).

6. ISRAEL IN PROPHESY

We believe in God’s end time plan for the nation of Israel (the Jewish people) and for the nations. One central theme of Messianic believing Judaism is the belief in the physical and spiritual restoration of Israel (the Jewish people) as stated in the Scriptures. The greatest miracle of our days was the restoration and re-erection of the Jewish state in the land Israel as prophesied by the prophets (Ez. 34:11-31, 36-39; Hos. 3; Amos 9:11-15; Zech. 12-14; Is. 11, 43, 54:60-62; Acts 15:13-18; Rom. 11:1-34).

7. MESSIAANS JODENDOM

Wij erkennen, dat Joodse mensen (fysieke afstammelingen van Abraham, Isaäk en Jakob, door de lijn van vader of moeder) die hun geloof hebben gebouwd op Israëls Messias, Jesjoea, volgens de Schrift, Joods zijn en blijven (Rom. 2:28-29). De gelovigen uit de volkeren, die hun vertrouwen hebben gesteld in Jesjoea, zijn geënt op de Joodse edele olijf van het Koninkrijk van Israël, welke het Koninkrijk van G’d vertegenwoordigt (Rom. 11:17-25), waardoor zij, door hetzelfde geloof als dat van Abraham, diens geestelijke zonen en dochters worden (Gal. 3:28-29). De gelovigen uit de volkeren mogen daarbij hun eigen niet-Joodse identiteit behouden.


We houden en vieren de door God gegeven moadim (vastgestelde tijden), de bijbelse feestdagen die Hij aan Israël gaf om aan de naties te geven en die hun volledige betekenis krijgen door Yeshua de Messias. 


We erkennen dat het lichaam van Yeshua bestaat uit zowel de Joodse gelovigen zowel als de heidense gelovigen (Rom. 9:24), die Yeshua de Messias hebben aanvaard als de beloofde Verlosser. 


Wat redding betreft, er is geen verschil tussen Jood en niet-Jood! De muur die scheiding brengt wordt afgebroken en beide hebben toegang tot de God van Israël door Yeshua om Hem te aanbidden (1 Kor. 12:13; Ef. 2:13-14). Maar in het lichaam van Yeshua is er een verschil in roeping en identiteit tussen Messiaans-Joodse gelovigen en niet-Joodse gelovigen. Bovendien is het een niet meer dan het ander, maar ze compenseren elkaar.

MESSIANIC JUDAISM

We recognize that the Jewish people (physical descendants of Abraham, Isaac and Jacob, through the father’s or mother’s line) who have built their faith on Israel’s Messiah, Yeshua, according to the Scriptures, are Jewish and remain Jewish (Rom. 2:28-29). The believers from the nations who have placed their faith in Yeshua are grafted on to the cultivated Jewish olive tree of the Kingdom of Israel, which represents the Kingdom of God (Rom. 11:17-25) where by they become spiritual sons and daughters through the same faith as that of Abraham (Gal. 3:28-29) The believers of the nations may therefore hold on to their own non-Jewish identity.


We keep and celebrate the God given moadim (appointed times), the biblical holidays which He gave to Israel to give to the nations and which receive their full meaning through Yeshua the Messiah.


We recognize that the body of Yeshua exists out of both the Jewish

believers as well as the Gentile believers (Rom. 9:24), who have accepted Yeshua the Messiah as the promised Deliverer. 


As to salvation, there is no difference between Jew and non-Jew! The wall which brings separation is broken away and both have entrance to the God of Israel through Yeshua to worship Him (1 Cor. 12:13; Eph. 2:13-14). But in the body of Yeshua there is a difference in calling and identity between Messianic Jewish believers and Gentile believers. What is more is that the one is not more than the other, but they compensate each another.

POSITIEBEPALENDE DOCUMENTEN & BRONNEN

Beit Shiloach staat volkomen achter de hier onder vermelde positiebepalende documenten van de IAMCS ( Deze zijn jammer genoeg alleen nog in het Engels). Klik op het plaatje hieronder!  

POSITIONING PAPERS & RESOURCES

Beit Shiloach stands completely behind  the position-determining documents of the IAMCS listed below. 

Click on the picture below!


0